vrijdag 21 februari 2014

Vincent Bijlo: ''Ik mis het zien totaal niet.''

Vincent Bijlo is cabaretier, schrijver en blind vanaf zijn geboorte. Ik ontmoet hem in mijn studentenhuis waar we praten over hoe het is om een groot publiek te vermaken zonder dat je het publiek kan zien. Hij vertelt hoe leuk hij het vindt om mensen te kunnen laten lachen en om de hele boel in de maling te nemen. Over het blind zijn zegt hij ‘’Ik mis het zien totaal niet’’.

Hij kent het studentencomplex waar ik woon goed, want hij heeft er zelf zijn studententijd doorgebracht. ‘’Ik heb met mijn broer samen op de IBB gewoond in zo’n ‘drie kamerding’. We waren twee blinden op een flatje, ja dat was leuk!’’. Vincent merkt tot mijn genoegen op dat hij het hier ‘’nog redelijk goed vind ruiken voor een studentenhuis’’. Over zijn eigen studententijd zegt hij: ‘’Dat je dan om twee uur ’s nachts pannenkoeken ging bakken! Fantastisch. Niet eens omdat je dan zo’n zin had in pannenkoeken, maar gewoon om het te kunnen doen.’’

Vincent Bijlo op de bank in mijn studentenhuis

Cabaret
Wanneer we beide met thee op de bank zitten en de huiskat zich lekker laat aaien, beginnen we te kletsen over cabaret. ‘’Achteraf is het logisch dat ik cabaretier ben geworden. Ik vond cabaret altijd al ontzettend leuk. In de jaren tachtig ging ik naar de allereerste voorstelling van Youp van ’t Hek, toen dacht ik ‘goh, wat stoer als je dat gewoon kan, de hele avond in je eentje ouwehoeren voor zo’n zaal’. Maar ik ging er op een of andere manier vanuit dat het niet voor mij zou zijn weggelegd. Het leek me raar, wanneer je als blinde op een podium staat en er honderden paar ogen op je zijn gericht.’’

‘’Het tegendeel bleek waar te zijn toen ik het gewoon ging doen. Mensen zijn vaak heel zenuwachtig voor een optreden en ik zelf soms ook wel. Maar in wezen is het podium een hele veilige plek. Je kan dan wel je tekst kwijt raken of van het podium flikkeren, maar zo eng als het voor een blinde is om alleen door een stad te lopen, is het natuurlijk lang niet! Het een hele prettige omgeving omdat het bestaat bij een gratie van een afspraak. Publiek komt binnen, gaat zitten, deuren gaan dicht en ik kom vanachter een gordijn vandaan. Eigenlijk is het net zoals we dat als kind deden, toen kwamen we ook in de woonkamer vanachter een gordijn vandaan voor een ‘voorstelling’, maar dan nu dus betaald! Ik vind het echt fantastisch.’’

Blindeninstituut
Vincent heeft op de lagere school op het blindeninstituut gezeten. Maar zijn middelbare school heeft hij op een reguliere school gedaan. ‘’Ik vond het echt afgrijselijk saai op het blindeninstituut. Ik snapte gewoon niet waarom ik daar zat. Het heeft echt de inrichting van een gesticht. Ik dacht op een gegeven moment ‘als ik hier blijf verpest ik mijn hele leven, ik moet hier weg.’ Ik heb dan ook nooit bij de blinden willen horen, maar gewoon bij de mensen.’’
Hoewel hij het er niet naar zijn zin had, is hij wel teruggekomen om er een keer zwartepiet te spelen. ‘’Dat was geweldig! Je hoeft je dan niet te schminken, gewoon een andere stem opzetten en een beetje met pepernoten gooien. De kinderen geloven er dan gewoon in, behalve dan dat ik verraden werd door een slechtziend jongetje, dat zei ‘Deze piet is helemaal niet zwart!’’’

Positieve blik
Vincent was te gast bij het televisieprogramma Pavlov. Daar zei hij ‘’Laat mij maar gewoon lekker blind’’. Op dit citaat van hemzelf reageert hij: ‘’Ik zou niet meer gaan willen zien. Als ik het wel zou willen dan zou ik mijn eigen leven tot nu toe niet helemaal compleet vinden. En dat is helemaal niet hoe ik het ervaar. Ik vind dat ik een ontzettend leuk leven heb en alles kan doen wat ik wil doen.’’
De Braille-organiser van Vincent. 
Hierop kan hij notities schrijven, muziek luisteren 
en mee op internet.De puntjes komen van zelf omhoog 
en dan kan hij lezen wat er staat

‘’Ik mis het ook totaal niet, het zien. Ik denk dat wanneer je een handicap hebt en je wel datgene erg mist, dat je dan jezelf enorm tekort doet. Omdat je dan altijd leeft vanuit het idee dat je dan minder bent dan de rest, en dat is heel vervelend. Ik heb grote bezwaren tegen het woord gehandicapt. Want wanneer jij jezelf gehandicapt vindt, dan ben je dat ook. Maar je bént niet gehandicapt je hébt een handicap, als die al hebt. Dat maakt misschien dat je sommige dingen anders moet doen, maar dat zijn praktische omstandigheden. Een ziende en een blinde hebben natuurlijk veel meer overeenkomsten dan verschillen. Alleen er wordt veel te veel gedacht vanuit die verschillen.’’

Onafhankelijkheid
‘’Ik heb ooit een de volgende zin bedacht: ‘Echt onafhankelijk ben je pas als je afhankelijk durft te zijn’. Dat betekent dat je beseft dat we allemaal afhankelijk zijn van andere mensen, of dat nou praktisch, emotioneel of in de liefde is, we zijn het allemaal. Dat je beseft dat je geen isoleerde unit bent die door de wereld zweeft, maar dat je met allemaal draadjes en touwtjes aan elkaar vast zit. Wanneer je een handicap hebt is dat natuurlijk wat sterker, omdat ik bijvoorbeeld praktisch wat afhankelijker ben van mensen. Maar dat is helemaal niet erg! Dat moet je ook niet zo beschouwen. Je kan het juist zien als zijnde dat het bij jouw leven hoort. En dat niet alleen, je kan mensen van alles weer teruggeven, aan leuke dingen, aan vriendschap, aan gezelligheid en natuurlijk aan humor! Dat laatste is voor mij heel belangrijk, ik vind het zo leuk om de hele boel in de maling te nemen. Ik hou daar enorm van. Dat blijft altijd.’’

donderdag 6 februari 2014

Jan van Zanen, burgemeester van Utrecht. ''Ik ben niet voor niks naar de studenten gekomen in mijn eerste vijf weken van mijn burgemeesterschap.''

Vandaag kwam de kersverse burgemeester van Utrecht Jan van Zanen in ons studentenhuis! Hij is sinds januari 2014 de burgemeester en vandaag zat hij bij ons op de bank. Nadat hij bij ons allemaal heeft geïnformeerd wat we studeren en Van Zanen ook erg gevat uit de hoek kwam, vertelt hij zelf over het burgemeesterschap in combinatie met studenten en het IBB studentencomplex.

‘’Ik ben niet voor niks naar de studenten gekomen in mijn eerste vijf weken van mijn burgemeesterschap. Mijn idee is dat studenten en Utrecht erg nauw met elkaar zijn verbonden, daar kun je niet zonder. Ik vind de IBB een hele mooie plek. Het is wel wat gedateerd, maar ik was niet van plan om te bevorderen als burgemeester dat het IBB wordt gesloopt, er wonen hier dertienhonderd studenten! Voorlopig zitten jullie dus wel goed.’’

Over zijn eigen studententijd vertelt van Zanen dat hij rechten heeft gestudeerd in Amsterdam en ook nog een tijdje in de Verenigde Staten heeft gestudeerd. Wanneer hij opmerkt dat in de VS de studentenhuizen wat ordelijker zijn dan ons huis, kijken een paar huisgenoten elkaar verrast aan, we hadden net de hele boel opgeruimd! Dan voegt de burgemeester toe ‘’Maar toen ik in Nederland studeerde was het net zo frivool als hier.’’



Wanneer wij enthousiast vragen of hij met ons op de foto wil en daarbij vertellen dat die foto dan aan onze fotomuur komt te hangen roept hij: ‘’fantastisch!’’. Hij grapt zelf over de foto ‘’Ziet er lekker lullig uit die man met zijn lange jas, dat zal de burgemeester wel zijn’’.

De burgemeester verlaat ons huis via de deur die naar de tuin loopt. Daar hadden we niet op gerekend, er staan daar oude keukenapparaten in de regen te verroesten en een verdorde kerstboom waar nog ballen in hangen. De burgemeester lijkt het niet erg te vinden en roept ons nog vrolijk na ‘’veel succes met alles en eet smakelijk!’’. 

zondag 2 februari 2014

Marko Bosscher: Wonen in een levendig studentenhuis terwijl je 38 bent



Marko Bosscher was negentien toen hij kwam wonen op het studentencomplex aan de Ina Boudier-Bakkerlaan. Hij kwam in een studentenhuis met 14 anderen waarin ze samen huiskamer, keuken en badkamer delen. Marko is nu 38 en woont er nog steeds. ‘’Ik zou iedereen adviseren om op de IBB te wonen. Het is voor mensen goed om in ieder geval een paar jaar met volkomen verschillende mensen te leven.’’



‘’Je hebt mensen die graag huisje-boompje-beestje willen, maar dat is echt niks voor mij. Werken vind ik ondanks dat ik recentelijk mijn baan ben kwijt geraakt prima, maar verder is het georganiseerde leven niet mijn ding. Daarom is het fijn dat in dit huis heel veel kan. Misschien is dat nog de zestienjarige in mij die zegt ‘Ik hou me niet aan de regels, ik maak mijn eigen normen en waarden wel’.’’

Gezelligheid
‘’Veel studenten trekken weg uit de studentenhuizen wanneer hun studie klaar is, ik merk ook wel dat de huisgenoten steeds jonger worden. Toch houdt het sociale wonen mij hier. We spelen vaak samen bordspelletjes, dat is ook wel echt een studentendingetje. Wanneer je ’s avonds op de IBB loopt zie je veel studenten die aan de keukentafel spelletjes zitten te doen. Het heeft een soort dorpsgevoel, vroeger kwamen mensen samen bij de waterput en nu is het de huiskamer.‘’

Huisfeesten
‘’Maar er zijn ook zeker feesten op de IBB. Ik vind nog steeds als achtendertigjarige het huisfeest dat je zelf organiseert het hoogtepunt van het jaar! Daar gebeuren wel eens heftige dingen, een tijd geleden hadden we voor een huisfeest twee rockbands geregeld die buiten gingen spelen. Je snapt het, dat geeft aardig wat geluid! Bewoners van het woonwagenkamp (dat tegenover het studentencomplex ligt) kwamen daarom met een honkbalknuppel langs om ons te vertellen dat het zachter moest. Hierbij dreigde ze dat wanneer het niet zachter werd ze ons de volgende dag een kopje kleiner zouden maken.  Gelukkig hebben huisgenoten de volgende morgen al hun moed bij elkaar geraapt om excuses aan te bieden bij de mensen, waardoor het uiteindelijk weer goed kwam en  niemand gewond is geraakt.’’

Ruimte
‘’Ik heb me nooit aan de grootte van de kamers geërgerd (12m²). Maar je hebt natuurlijk de woonkamer en ik maak ook gebruik van de kelder. Ik heb zelf nooit de droom van een groot huis gehad, ik zou niet eens weten wat ik ermee zou moeten.’’

Taboe?
‘’Als ik vertel aan mensen dat ik op de het studentencomplex op de IBB woon, moeten ze meestal wel lachen. Mensen kennen het vaak van de huisfeesten. Maar als iemand vraagt waar ik woon en ik schat in dat diegene raar reageert wanneer ik  ‘studentenhuis’ zeg, dan zeg ik gewoon ‘Ik woon daar bij Sterrenwijk’.‘’

Campusclausule
Tegenwoordig is er voor het studentencomplex een campusclausule ingevoerd. Deze clausule dwingt de bewoners om te vertrekken nadat ze hun studie hebben afgerond. Dit betekent voor Marko dat ook hij moet gaan verhuizen.
 ‘’Ik sta daarom ingeschreven bij woongroepen, want ik wil wel graag met mensen blijven wonen. Maar dat lijkt me wel ongezelliger. Ik had een rondleiding bij een woongroep, waarbij ze de gezamenlijke ruimte lieten zien. Alle stoelen stonden opgestapeld, de ruimte bleek alleen gebruikt te worden als er een huisvergadering of iets dergelijks was. Niet te vergelijken met de gezelligheid van de huiskamers op de IBB. De woonkamer is daarom wel wat ik het meeste zou gaan missen van dit studentenhuis.’’